2.8 Financieel beleid

Treasurystatuut en –beleid
Er is een treasurystatuut opgesteld, dat voldoet aan de vereisten van de OCW-regeling "Beleggen, lenen en derivaten OCW 2016”. Hierin zijn de procedures rond het vermogensbeheer vastgelegd. In 2016 is dit treasurystatuut door het CvB herzien n.a.v. wijzigende regelgeving. De RvT heeft het gewijzigde treasurystatuut goedgekeurd.

Het beleid t.a.v. beleggingen is ongewijzigd. Momenteel zijn er, conform de afgelopen jaren, geen beleggingen. Het effectenbezit bedraagt per 31 december 2025 nihil (31 december 2024 nihil). Het beleid is erop gericht geen beleggingen te doen, maar de overtollige liquide middelen op spaarrekeningen te plaatsen. Spinoza maakt gebruik van schatkistbankieren via het Ministerie van Financiën.

Allocatie van middelen naar individuele scholen
Vanuit OCW krijgen we voor onze scholen bekostigd op basis van zes BRIN-nummers.

De basisbekostiging bestaat uit een vestigingsbedrag een bedrag per leerling. De leerlingbedragen worden 1-op-1 toegekend aan de leerlingen van de scholen. De vestigingsbedragen worden als volgt verdeeld:

  • de vestiging Op de Hoek van ‘s Gravendreef College Leidschenveen wordt gezien als een nevenvestiging (geen afzonderlijke directie, geen eigen begroting of MR);
  • de overige 10 locaties (exclusief sc Delfland en ISK Delft) worden gezien als vestiging;
  • Op de Hoek krijgt het bedrag van een nevenvestiging;
  • sc Delfland krijgt het bedrag van een nevenvestiging;
  • ISK Delft krijgt het bedrag van een nevenvestiging;
  • Het totaal van de OCW bedragen aan hoofdvestigingen (6 stuks) en nevenvestigingen (5 stuks), wordt verminderd met het bedrag van Op de Hoek, sc Delfland en ISK. Dit bedrag wordt door 10 scholen gedeeld;

Alle overige beschikkingen (bv. functiemix, nieuwkomersbekostiging, LWOO/PRO) worden conform beschikking aan de scholen toegekend. Indien de beschikking op hoofd BRIN-nummer plaatsvindt, vindt de onderverdeling plaats op basis van leerlingenaantallen.