2.3. Onderwijsresultaten en inspectiebezoeken, en sociale veiligheid

2.3.1. Inspectieresultaten en toezicht
In het verslagjaar heeft een groot aantal scholen binnen Scholengroep Spinoza bezoek gehad van de Inspectie van het Onderwijs. Het algemene beeld is positief: de meeste scholen behouden of hernemen hun basiskwaliteit. Tegelijkertijd leiden de bevindingen bij één van onze locaties tot een gericht verbetertraject.

  • Gymnasium Novum: Op 29 oktober 2025 vond een herstelonderzoek plaats. De inspectie concludeerde dat alle standaarden, inclusief de onderwijsresultaten, inmiddels met een voldoende zijn beoordeeld. De resterende herstelopdrachten zijn in vertrouwen gegeven zonder vervolgtoezicht, waarmee de school de weg omhoog heeft bevestigd.
  • Veurs Lyceum: Het bezoek op 21 november 2025 verliep zeer positief. De inspectie sprak haar waardering uit over de ontwikkelingen binnen de school. Enkele administratieve aandachtspunten worden direct hersteld, wat naar verwachting leidt tot een volledig positief eindrapport.
  • SC Delfland: Na het bezoek op 7 oktober 2025 zijn alle standaarden als voldoende beoordeeld. Er zijn twee administratieve herstelopdrachten gegeven die door de school worden afgewikkeld.
  • Dalton College: Het inspectiebezoek van 24 februari 2026 voor de havo-afdeling is goed verlopen. Alle standaarden zijn met een voldoende beoordeeld. De herstelopdracht voor burgerschap is in vertrouwen gegeven, wat betekent dat er geen extra vervolgtoezicht noodzakelijk is.
  • Sint-Maartenscollege: Op 21 januari 2026 is de school beoordeeld met een voldoende. De inspectie heeft in vertrouwen twee administratieve herstelopdrachten geformuleerd.
  • PrO Grotius: Het bezoek op 3 maart 2026 resulteerde in een uitmuntend resultaat. De school is op alle onderdelen als voldoende beoordeeld, zonder herstelopdrachten. De inspectie prees het sterke pedagogisch-didactische klimaat en de planmatige aanpak van het team.
  • Veurs Voorburg: Voor de afdeling vmbo-k is een onvoldoende beoordeling afgegeven op de standaarden Pedagogisch-didactisch handelen (OP3), Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) en Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3). De inspectie uitte zorgen over de leskwaliteit.
    • Interventie: De schoolleiding pakt deze stevige herstelopdrachten met prioriteit op, ondersteund door de afdeling Onderwijskwaliteit van het Buro. Daarnaast wordt op voorschrift van het bestuur externe expertise ingeschakeld via het Project Leren Verbeteren om de noodzakelijke kwaliteitsimpuls te borgen.

Met deze resultaten is de basiskwaliteit binnen de scholengroep grotendeels gewaarborgd. Waar nodig wordt de ondersteuning vanuit het bestuur geïntensiveerd om elke leerling onderwijs van voldoende niveau te kunnen blijven bieden.

2.3.2. Onderwijsresultaten
De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de onderwijsresultaten (Standaard OR) aan de hand van vier vaste indicatoren, waarbij het principe van een balanced scorecard wordt gehanteerd. Dit betekent dat scholen de vrijheid hebben om eigen keuzes te maken in hun onderwijsproces en dat resultaten tegen elkaar kunnen worden afgewogen; het is voor de Inspectie dan ook niet direct een probleem als één indicator onder de norm scoort. Echter, zodra er op twee of meer indicatoren onder de norm wordt gescoord, beoordeelt de Inspectie de onderwijsresultaten voor die afdeling als onvoldoende.

Onderbouwpositie (OR1): Waar staan leerlingen in leerjaar 3 ten opzichte van het basisschooladvies?
Onderbouwsnelheid (OR2): Hoeveel leerlingen bereiken zonder vertraging de derde klas?
Bovenbouwsucces (OR3): Hoeveel leerlingen die in de bovenbouw starten, behalen zonder vertraging hun diploma op het betreffende niveau?
Examencijfers (OR4): Wat is het gemiddelde cijfer voor de centraal examens?

De gepresenteerde tabel is opgebouwd op basis van driejaarsgemiddelden (schooljaar 2022/2023 t/m 2024/2025). Deze meerjarige benadering voorkomt dat incidentele uitschieters een vertekend beeld geven. Bij elk resultaat is tussen haakjes de afwijking ten opzichte van de landelijke norm (het 'signaleringswaarde'-gemiddelde) weergegeven. Een positief getal (bijvoorbeeld +0,30) betekent dat de school boven de inspectienorm presteert, terwijl een negatief getal aangeeft dat het resultaat onder de inspectienorm is. 

2.3.3. Sociale veiligheid en gelijke behandeling
Scholengroep Spinoza hecht grote waarde aan een veilige leer- en werkomgeving waarin gelijke behandeling de norm is. Om dit te borgen, beschikt elke school over een actueel veiligheidsbeleid, een veiligheidscoördinator, een antipestprotocol en een toegewezen antipestcoördinator. Leerlingen worden structureel over deze voorzieningen geïnformeerd via de schoolgids en de mentorlessen, zodat de drempel om hulp te zoeken laag blijft. Het bestuur ziet erop toe dat deze basisstructuur op alle locaties aanwezig en functioneel is.

De sociale veiligheid wordt jaarlijks gemonitord via de Monitor Sociale Veiligheid, die onderdeel uitmaakt van het brede leerlingtevredenheidsonderzoek. De resultaten van deze monitor worden zowel op schoolniveau als op het niveau van de scholengroep geanalyseerd. Deze data vormen, samen met de rapportages van de vertrouwenspersonen, de basis voor de jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid. Tijdens de jaarlijkse schoolontwikkelgesprekken tussen het bestuur en de schoolleiding is sociale veiligheid een vast agendapunt. Hierbij wordt vastgesteld of de gestelde doelen zijn behaald en of er, op basis van de monitoringsgegevens, aanvullende maatregelen of specifieke ondersteuningstrajecten nodig zijn om de sociale veiligheid en gelijke behandeling verder te versterken.